Bedrijvenwegwijzer
Hydrocultuur


A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z
Gemeente Apeldoorn

Inhoud

Apeldoorn (Nedersaksisch: Apeldoorne) is een gemeente op de Veluwe in de Nederlandse provincie Gelderland. De hoofdplaats is de gelijknamige stad. Apeldoorn staat met een oppervlakte van 341,15 km² op de vijfde plek van grootste gemeentes van Nederland, na Súdwest-Fryslân, Noordoostpolder, Emmen en Midden-Drenthe.

Op 1 januari 1812 werden Loenen en Beekbergen als twee zelfstandige gemeentes afgesplitst van Apeldoorn. Op 1 januari 1818 werden de gemeentes al weer opgeheven en met Apeldoorn herenigd.

Een groot deel van het landelijke gebied van Apeldoorn kenmerkt zich door veel natuur. Het gehele westen van de gemeente is onderdeel van de oostflank van de Veluwe, met op de stuwwallen gelegen bossen en heidevelden. De hoogste heuvel in de gemeente is de Torenberg, met 107,1 meter.

Geschiedenis

De geschiedenis van Apeldoorn gaat terug naar het jaar 792 toen het als "villa ut marca Appoldro" werd genoemd in een schenkingsakte. In het begin en de eeuwen daarna was Apeldoorn een klein dorpje, dat bestond uit een paar huizen. Toen tegen het einde van de 16e eeuw de papierindustrie op gang kwam, groeide Apeldoorn snel.

In 1684 kocht Willem III van Oranje het huis Het Loo en liet daarnaast paleis Het Loo bouwen omdat Apeldoorn centraal in een jachtgebied lag. Daarna hebben meerdere leden van de koninklijke familie het paleis bewoond, tot het overlijden van koningin Wilhelmina. Ook Lodewijk Napoleon zou paleis Het Loo als zomerresidentie gebruikt hebben. Paleis Het Loo is sinds 1984 een museum.

Om de werkgelegenheid en economie en daarmee de groei van Apeldoorn een duwtje in de rug te geven, liet koning Willem I uit eigen middelen het Apeldoorns Kanaal graven, dat loopt van de IJssel bij Hattem naar Apeldoorn en dat gereed kwam in 1829. Later, in 1868, werd dit kanaal doorgetrokken naar Dieren waar het ook weer aansluit op de IJssel. Het noordelijk deel volgt in grote lijnen het in de middeleeuwen aangelegde kanaaltje De Grift. Tegelijk schonk koning Willem I een derde deel van het benodigde kapitaal voor de aanleg van een grindpad (grotendeels langs het kanaal), dat de reistijd tussen Arnhem en Zwolle aanzienlijk verkortte. In 1876 werd Apeldoorn aangesloten op het landelijk spoorwegennet. Dit laatste zorgde voor een toename van de bedrijvigheid, maar het belang van het Apeldoorns kanaal nam daarmee af. In 1962 werd het noordelijk deel gesloten, gevolgd door het zuidelijk deel in 1972.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de stad gespaard voor grote oorlogsschade. Wel startten de deportaties van Joden er vroeger dan elders.

In oktober 1941 registreerde de overheid volgens het Joods Historisch Museum in Apeldoorn 1549 Joden. Onder hen een groot aantal vluchtelingen en ook patiënten en verplegend personeel van de twee Joodse verpleeginrichtingen in de stad. De arrestaties en deportaties begonnen in Apeldoorn al vroeg, in oktober 1941. In de loop van 1942 werden de meeste Joodse bewoners van Apeldoorn gedeporteerd. Begin januari 1943 moesten de overgeblevenen naar Het Apeldoornsche Bosch. Van de oorspronkelijke Apeldoornse Joden overleefden 592 de oorlog niet. Er is een monument aan hen gewijd.

In 1909 was aan de Zutphensestraat, die toen nog buiten Apeldoorn lag, een groot Joods psychiatrisch ziekenhuis verrezen, Het Apeldoornsche Bosch. Onder persoonlijk toezicht van de SS'er Ferdinand aus der Fünten en kampcommandant Albert Gemmeker werden in januari 1943 de 1200 patiënten van het Jodenbos, sommigen nog in dwangbuis, anderen onder de medicijnen of in open paniek, in kiepwagens naar het station gebracht, waar ze een klaarstaande goederentrein in werden gedreven. De bestemming was Auschwitz, waar ze onmiddellijk zijn vermoord. Een klein deel van het personeel ging met deze trein mee, de overige personeelsleden werden met de nog in Apeldoorn verblijvende andere Joden naar Kamp Westerbork gebracht. In Apeldoorn was er gedurende de tweede helft van de oorlog een Duits hoofdkwartier gevestigd. Arthur Seyss-Inquart en Hanns Rauter hebben hier kantoor gehouden, toen ze het in Den Haag te gevaarlijk vonden worden. Rauter is in Apeldoorn verpleegd nadat hij gewond was geraakt door de aanslag bij Woeste Hoeve.

Na het begin van de Operation Market Garden op 17 september 1944, werden Arnhem en de plaatsen in de directe omgeving daarvan geëvacueerd op last van de bezetters. Van de evacués kwamen er ongeveer 30.000 terecht in Apeldoorn, een aanzienlijke belasting voor de stad die aan het begin van de oorlog 70.000 inwoners telde. Er ontstond meteen een voedseltekort. Daardoor pleegde een Apeldoornse verzetsgroep nabij Woeste Hoeve in de nacht van 6 maart op 7 maart 1945 een onbedoelde aanslag op de hoogste SS'er in Nederland, generaal Hanns Albin Rauter. De bedoeling van het verzet was een Duits legervoertuig te bemachtigen; men wist niet dat Rauter zich in de auto bevond. De verzetsgroep van Geert Gosens kreeg de opdracht om met een vrachtauto het vlees bij een slachterij in Epe op te halen voordat de Duitsers dat zouden doen. Rauter raakte zwaargewond maar overleefde het vuurgevecht. De Duitsers lieten als represaille enkele honderden gevangenen executeren, waarvan 117 bij Woeste Hoeve.

Op 2 oktober 1944 executeerden de bezetters 8 verzetsmensen en 2 geallieerde vliegers. De lijken werden door de stad verspreid. Diezelfde middag hielden de bezetters een razzia, waarbij 11.000 mannen werden opgehaald voor spitwerk aan de IJssellinie. Van hen werden er 4.000 daadwerkelijk ingezet; de overigen konden weer naar huis. Op 2 december 1944 volgde een tweede razzia, wederom voorafgegaan door executies, nu van 12 verzetsmensen en 1 geallieerde vlieger, bij de Koning Willem III kazerne. De lijken werden nu niet door de stad verspreid. De trein die de dwangarbeiders vervolgens vervoerde, werd op 3 december 1944 door de geallieerden beschoten bij het Duitse dorp Werth, 3 kilometer ten zuiden van de grens met Nederland (de Achterhoek), waarbij 20 doden vielen. Bij deze razzia werden 4.500 mannen afgevoerd naar Rees, eveneens net over de grens in Duitsland, waar zij werden ondergebracht in een steenfabriek. Deze was echter als logies volkomen onbruikbaar.

In april 1945, toen de Canadezen Apeldoorn tot aan het Apeldoorns Kanaal wisten te bevrijden, waren de Canadezen van plan de rest van Apeldoorn zwaar te beschieten. De Duitsers waren echter al aan het terugtrekken. Om burgerslachtoffers te voorkomen staken twee verzetsstrijders 's nachts het bewaakte Apeldoorns Kanaal over om de Canadezen hiervoor te waarschuwen.

Apeldoorn bezit sinds 2 mei 2000 het Nationaal Canadees Bevrijdingsmonument. Dit is opgericht als hulde voor de grote Canadese bijdrage aan de bevrijding van Nederland. Bijna 6.000 Canadese soldaten verloren daarbij hun levens. Canada en Apeldoorn hebben een bijzondere relatie met elkaar, omdat tegen het eind van de oorlog het laatste Canadese hoofdkwartier in Paleis 't Loo gevestigd was. Het initiatief tot de oprichting van het monument kwam van Comité Nationaal Canadees Monument. Prinses Margriet onthulde het monument. De grootste Canadese oorlogsbegraafplaats in Nederland ligt in Holten, 40 km naar het oosten. Op de begraafplaats Ugchelen-Heidehof (gemeente Apeldoorn) liggen 56 RAF-vliegers en één Britse pionier.

Bij Dow's Lake in de Canadese hoofdstad Ottawa staat een bronzen replica van het beeld ('Twin Monument'). Dit gedenkteken is onthuld op 11 mei 2002, eveneens door prinses Margriet.

Op 7 oktober 1946 stortte een eenpersoonsvliegtuig waarvan de piloot aan het stunten was geslagen neer op de gymzaal van de Christelijke H.B.S. (het latere Christelijk Lyceum). Tweeëntwintig leerlingen kwamen daarbij om het leven. De gymleraar en vijf andere leerlingen overleefden de crash. Tegenwoordig hangt er een gedenksteen aan de muur aan het einde van de B-vleugel, met daarop de namen van de overledenen. Elk jaar wordt er door de burgemeester van Apeldoorn, overlevenden en leerlingen uit de huidige klas 2C van het Christelijk Lyceum een herdenking op de nabijgelegen begraafplaats Soerenseweg bijgewoond, waar de meesten van de overleden leerlingen liggen begraven.

In de jaren zestig vestigden zich rijksdiensten (Belastingdienst, Domeinen, Kadaster) in Apeldoorn en daarmee ook vele andere bedrijven. Het aantal inwoners groeide weer snel, hele nieuwbouwwijken moesten uit de grond worden gestampt. Zo zijn in de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw de wijken De Maten (30.000 inwoners) en Zevenhuizen (22.000 inwoners) gebouwd. Zevenhuizen bezit de eerste echte hoogbouwwoningen van Apeldoorn.

Op 30 april 2009 werden op Koninginnedag, net tijdens de doortocht van de koninklijke autobus naar Het Loo, verscheidene toeschouwers aangereden door een auto. Als gevolg van deze aanslag, die vermoedelijk op de koninklijke familie was gericht, vielen acht doden en circa tien gewonden.

Bezienswaardigheden

Tegenwoordig is Apeldoorn vooral bekend door de reclames van Centraal Beheer ("even Apeldoorn bellen") en door attracties als Apenheul, Julianatoren en Nationaal Museum Paleis Het Loo. Verder is Apeldoorn het stedelijk middelpunt van Nederlands grootste aaneengesloten bos- en natuurgebied, de Veluwe.

In De Parkenbuurt, ten noorden van het centrum, staan veel oude herenhuizen, soms rijk versierd met ornamenten. Er is in deze wijk voor Apeldoornse begrippen veel groen. In 2005 is de wijk rijksbeschermd stadsgezicht geworden.

Uniek is het villapark Berg en Bos, dat wordt gekenmerkt door zijn ruime opzet, 'meanderende' lanen en een constellatie van de aanwezige bebouwing en de nog alom aanwezige bebossing. De wijk wordt vaak vergeleken met de villawijken in Blaricum en Laren (het Gooi). Aan de rand van deze wijk liggen het Boschbad en het Natuurpark Berg & Bos.

Het centrum van Apeldoorn is een mengsel van oud en nieuw. In delen van het centrum is de oude dorpskern goed te herkennen. In de hele stad staan zo'n 580 monumentale objecten, onderverdeeld in ca. 450 gemeentelijke monumenten en "beeldbepalende panden" en 132 rijksmonumenten. De gemeente duidt de stad aan als "een typisch 19de-eeuwse monumentenstad".[6] Echter met name oude winkelpanden zijn vaak, in elk geval op de begane grond, ingrijpend gemoderniseerd, waardoor ze veel van hun oorspronkelijke karakter verloren hebben. Het centrum heeft vooral een modern uiterlijk. Er zijn veel winkelmogelijkheden, vooral geconcentreerd langs de Hoofdstraat en het overdekte winkelcentrum de Oranjerie. Zoals in veel steden zijn verreweg de meeste winkels echter filialen van de landelijke grote ketens en zijn er verhoudingsgewijs weinig lokale of speciaalzaken. De gemeente Apeldoorn heeft plannen gemaakt om de binnenstad de komende jaren aantrekkelijker te maken, zodat deze zich op den duur kan meten met de binnensteden van in grootte vergelijkbare steden als Arnhem en Nijmegen.

Ook is in de binnenstad van Apeldoorn in het kader van "herleef de beek" een oude beek, de Grift, weer bovengronds gehaald. Deze beek maakte deel uit van de vele sprengen die Apeldoorn en omgeving rijk is. Deze sprengen zijn echter grotendeels onder de grond verplaatst, maar worden nu dus weer "heropend".

De begraafplaats Heidehof in Ugchelen (een dorp tegen Apeldoorn aan) is aangelegd in de Veluwse bossen nabij Apeldoorn. Op de begraafplaats liggen in de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde, geallieerde militairen. Daarnaast is er ook het Crematorium Heidehof gevestigd; de twee staan juridisch los van elkaar.

Kerken

In Apeldoorn staat de Grote Kerk uit 1892, ook wel bekend als Koninginnekerk, gebouwd naar een ontwerp van de Rotterdamse architect Jan Verheul. Deze kerk is gesticht in 1892 door Koningin Emma. In deze Hervormde kerk bevinden zich twee koninginneramen: één raam aangeboden aan koningin Wilhelmina en één raam aangeboden aan koningin Beatrix. In de Grote Kerk vond onder meer de oecumenische huwelijksdienst plaats van Prins Maurits van Oranje-Nassau, van Vollenhoven en Prinses Marilène.

Apeldoorn kent ook katholieke parochiekerken. In het centrum bevindt zich de vroegere dekenale parochiekerk Maria ten Hemelopneming uit 1898, ontworpen door J.W. Boerbooms en voltooid door de architecten Jan Stuyt en Joseph Cuypers. In Apeldoorn Zuid staat de parochiekerk (1924) gewijd aan de H.H. Fabianus en Sebastianus door de toenmalige aartsbisschop van Utrecht, mgr. H. v.d. Wetering. Deze kerk is van de hand van architect Jan van Dongen jr..

Andere kerken zijn o.a.:

  • De Gereformeerde Noorderkerk uit 1898 is ontworpen door J.A. Wijn.
  • De Hervormde Julianakerk uit 1927 is ontworpen door de architecten J.G. en P.K. Mensink.
  • De doopsgezinde kerk uit 1930 is van architect G.W. van den Beld.
  • De Regentessekerk van de Nederlandse Protestantenbond uit 1931 is ontworpen door architect J.H. Klosters.
  • De Gereformeerde Zuiderkerk uit 1932 is ontworpen door E.J. Rotshuizen.
  • De Hervormde Goede Herderkerk uit 1934 is van architect T.G. Slijkhuis.
  • De RK St. Theresia uit 1939 is ontworpen door J.G.A. van Dongen.
  • De RK Victorkerk is van architect H.W. Valk en is gebouwd in 1955.
  • De Barnabaskerk uit 1920 van architect J.A. Heuvelink.
  • De kerk van de Gereformeerde Gemeenten uit 1959 van architect H. Berkhoff.
  • De Evangelische Zendingsgemeente Menorah uit 1983.

Informatie
BurgemeesterDhr. Ton Heerts
AdresMarktplein 1, 7311LG APELDOORN
Postbus9033, 7300ES APELDOORN
Telefoon055-5801555
E-mailgemeente@apeldoorn.nl
Websitewww.apeldoorn.nl
Inwoners159000
Oppervlakte341 km2
Gemeenten
A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z
 
© 2024 Bedrijvenwegwijzer.nl    Alle rechten voorbehouden.